Tekst van Paiongo

Een goed verhaal, een gedicht, een liedje; er zijn veel manieren om een boodschap duidelijk te maken. Ben je op zoek naar andere vormen van communiceren of presenteren? Neem dan contact met ons op. Evert schreef beroepshalve veel, maar altijd met een ‘twist’. Daarnaast schreef hij columns, liedjes en verhalen.

Werktitel: Dijkwandelingen en pleisterplaatsen langs de waddenkust. 

Subtitel: “Wandelen van Zurich tot Delfzijl”. 

We wandelen over de zeedijk van Zurich naar Delfzijl. De dijk van Fryslân hebben we inmiddels helemaal gezien, of eigenlijk minimaal twee keer. Het lot van lopen op een dijk is dat je ook weer terug moet. Het uitzicht vanuit ons huis is de dijk langs de Waddenzee. Misschien is dit ook een reden dat we dit doen. Gewoon het feit dat hij daar ligt, we elke dag wel even aan de andere kant kijken en dat elke keer de nieuwsgierigheid naar de rest van de dijk wordt opgewekt.  

Preview: “Harlingen naar Zurich” 

De afstand die we lopen op de dijk laat niets te raden over. Elke 100 meter wordt gemarkeerd met een blok beton waarvan er bij Harlingen twee beginnen met 0. Ons eindpunt van de dag zal op dit traject 8.2 kilometer blijken te zijn (De andere nul voert tot Lauwersoog en eindigt bij 61.2 kilometer. Daarover meer bij het traject ‘Moddergat tot Lauwersoog”). 

Lopen langs de dijk is geen dag hetzelfde. Dat geldt zelfs voor de heen en terug wandeling. Dat heeft te maken met het weer, jaargetijde, maar vooral met het tij. (Tips voor de getijden zijn opgenomen in een aparte paragraaf). 

Onze wandeling van vandaag begint, zoals meestal, in alle vroegte. De honden zijn natuurlijk mee en dat geeft een extra dimensie vanwege de hekken en vee roosters op de dijk. (Zie ook ‘honden en hindernissen’). Bij het strandje ten zuiden van Harlingen zijn prima, gratis, parkeerplaatsen aan de Westerzeedijk. Het strandje hier is ‘s ochtends voor veel Harlingers de plek om de hond uit te laten. Dat gebeurt onder het oog van het standbeeld De Stienen Man bovenaan de dijk. Het is een replica waarvan het originele hoofd in het Fries Museum ligt. Frappant is dat dit hoofd weinig gelijkenis toont met het ‘nieuwe’ hoofd. Dat geldt ook voor de diverse verhalen over de oorsprong van het beeld. Het is in ieder geval duidelijk dat het eerste beeld rond 1570 is geplaatst na het herstel van de dijken veroorzaakt door een zware storm. Dat ging met veel conflicten over geld, belasting en beloning gepaard. 

Het is begin maart dat we hier lopen. Op dit traject kun je op de rug van de dijk, langs de dijk of langs de water(slik)linie lopen. We besluiten omdat niet op de dijk te doen. Waar bijna overal de stilte een van de grootste pluspunten van de wandelingen is maakt hier de N31 aan de andere kant van de dijk wat ons betreft te veel lawaai. Het zal met name de heenreis een fantastische dag blijken. Het is laag water en doordat de dijk nabij Zurich een soort elleboog vormt ontstaat er dan over veel kilometers een voedselrijk slikgebied. In deze periode komen veel vogels terug van de overwintering in zuidelijke oorden. We zien zo op het oog meer dan duizend grutto’s, honderden tureluurs, tientallen kluten en een handvol tapuiten. Het zou onterecht zijn om de vele soorten meeuwen, steltlopers, aalscholvers, scholeksters en reigers niet te benoemen. Nog maar net onderweg kan onze dag al niet meer stuk. Omdat het water zich ver terugtrekt en dus de vogels ook, is een verrekijker bij het wandelen op de dijk een must. Op de terugreis, dik twee uur later, komt het water bijna alweer tot aan de dijk. Er zijn veel minder vogels maar op de strekdammetjes rusten er nog genoeg. Het lijkt alsof ze wachten tot het restaurant weer opengaat. 

Er is niet veel reden om aan de andere kant van de dijk te kijken maar er zijn een paar uitzonderingen te maken. Zo is er de voetgangersbrug De Halsbân over de N31. Deze, voor het ontwerp, prijswinnende brug verbindt de waddendijk met de middeleeuwse dijkring bij Pingjum met de naam Pingjumer Halsbân. De brug ligt op zo’n 5 kilometer vanaf de hectometersteen 0 in Harlingen. 

De honden kunnen gelukkig op veel plekken over de smalle rand van de vee roosters lopen. Een enkele keer gaan ze om de hekken door het slik (vertel dat niet aan de schapen) en daarmee wordt het tillen van de honden á 45 kilo tot één keer beperkt. Honden moeten aangelijnd zijn. Op de plekken waar schapen lopen, in dit geval zo’n driekwart van het traject, houden we ons er ook écht aan. 

Waar de elleboog in de dijk zit ligt Zurich in de holte daarvan. Het dorp is een beetje vervallen maar het toeristenwinkeltje, met verkooppunt voor visaas, doet vermoeden dat het anders is geweest. Vandaag de dag oogt het niet als een echte pleisterplaats. Even buiten het dorp zijn een paar mooie waterpoeltjes die een aantoonbaar walhalla zijn voor kieviten, scholeksters, tureluurs en grutto’s. Op meer plekken aan de landskant van de dijk zie je dit soort meertjes. We hebben hier nog een paar kilometer te gaan terwijl het water weer opkomt. Bij hectometersteen 8.2 vormt een klein kiezelstandje, met basaltblokken als stoelen, de ideale plek voor een pauze met meegebrachte koffie en broodjes. Voor de honden ook ideaal want ze kunnen tot heel ver het water in. 

De terugtocht kent weinig verrassingen maar we blijven opgetogen van dit traject met prachtige vergezichten. Boten in de verte, schapen en lammeren die fotogenieke plaatjes vormen, maar vooral de enorme hoeveelheden vogels zorgen ook de terugweg voor een vast gebeitelde glimlach op het gezicht. Harlingen nadert sneller dan we dachten. Harlingen is vanzelfsprekend wel een echte pleisterplaats met een stoere haven en een mooie binnenstad. Het is geen slechte optie om de avond en nacht daar door te brengen. Het biedt meteen de mogelijkheid de volgende dag het traject ‘Harlingen naar Koekool” te lopen. Ook mooi! 

Verwachtingen 

Desertas Islands. Niet veel mensen maken gebruik van de mogelijkheid om op het hoofdeiland van deze drie aaneengesloten eilanden te verblijven. Vooral niet waar het gaat om een ‘nightover’. Het vroeg om een paar omboekingen tijdens ons verblijf op Madeira maar uiteindelijk waren er twee dagen waarop er genoeg deelnemers waren die zich hadden ingeschreven. 

We stelden ons een groep vogelnerds voor waar we onszelf misschien ook wel toe mogen rekenen. Uiteindelijk bleek het een het mooi gemêleerd gezelschap van: studentes uit Duitsland, Italië en Portugal; Amerikanen uit Pennsylvania; zich afzijdig houdende Fransen; Oekraïners die sinds een aantal jaren op Madeira woonden en met ons nog twee Nederlanders die onze vogelkennis ver overtroffen. 

We dachten aan een snelle boot voor de overtocht maar het bleek een authentiek zeilschip dat er vier uur over deed. Achteraf maar goed ook want we konden in alle rust genieten van twee scholen dolfijnen en bij het afmeren zagen we de monniksrob. Deze witte rob was bijna uitgestorven maar inmiddels zijn er rond deze eilanden weer veertig exemplaren. 

Onze verwachtingen waren nog voor het aan wal gaan al ver overtroffen. Totdat ons verteld werd dat op het eiland onze bewegingsvrijheid beperkt zou blijven tot een klein stukje terrein beneden aan de voet van de vulkanische berg waaruit het eiland bestaat. Op het eiland wordt daar door de permanent aanwezige rangers streng op toegekeken. De steile berg leek sowieso niet benaderbaar. 

Het lag niet aan onze schipper en zijn assistente. Het waren gepassioneerde en zaakkundige begeleiders die vooral aan onze verwachtingen wilden voldoen. Ze hadden wellicht beter niet kunnen beginnen over het oude pad wat langs de bergwand liep. Bij onze medelanders werd het enthousiasme groot en kwam het tot een overleg met de rangers. De uitkomst was dat het moeizame pad door liefhebbers onder hun begeleiding mocht worden beklommen. Er moesten afstandsverklaringen worden geschreven, er werd gewezen op alles wat mis kon gaan, maar uiteindelijk gingen we met nog zes van de vijftien reisgenoten via het smalle pad naar boven. We hadden verwacht dat het allemaal wel mee zou vallen. Maar het werd een moeizame, scharrelende en ongeplaveide tocht. Terugdenkend vechten de herinneringen om voorrang. Uiteindelijk was het de kleine hoogvlakte met onbeschrijfbare kleuren en structuren die blijft hangen ondanks het gruizige en steile pad. 

Na vier uren waren we beneden en dachten de avondwandeling met onze schipper wel over te kunnen slaan. Maar zoals onze Amerikaan zei: “I won’t be back here, so I better go with it all”. We waren bijna de vogels vergeten. We kwamen tenslotte voor de Bulwers en de Cory’s Shearwater. Deze vogels komen bij de invallende duisternis aan wal. Waar de eerste klinkt als een blaffende hond maakt de andere een geluid als van een versterkte mondharp bespeeld door een dronkaard. In het volledige donker, ver van de bewoonde wereld, omgeven te worden door deze rondvliegende en soms kruipende vogels, is echt te gek. Zeker als je weet dat ze alleen hier voorkomen. Later in onze tentjes, te midden van deze vogels, is het een onvergetelijke en een verwachtingen overstijgende belevenis als de vogels met geblaf en mondharp-geluiden bij de ochtendschemer weer voor dagen de oceaan opgaan, voedsel verzamelend voor de broedende achterblijvers. De terugvaart viel wat tegen. Slechts een schildpad en snel zwemmende dolfijnen kruisten de boot. Maar ja, wat kan een mens verwachten. 

© 2020

Thema door Anders Norén